CSU Logo

Uitkomst commissie treinschoonmaak: negatieve publiciteit CSU was onnodig

De onafhankelijke commissie die namens CSU de feiten onderzocht achter de aantijgingen over de schoonmaak van treinen in Heerlen en Maastricht, concludeert dat medewerkers die via het Duitse uitzendbureau Polaris werkten, niet correct zijn verloond. CSU heeft dat onvoldoende gecontroleerd. Nagenoeg alle andere beschuldigingen zijn onterecht gebleken. Volgens de commissie had CSU door alerter te reageren op signalen van het personeel de negatieve publiciteit kunnen voorkomen.

De commissie deed onderzoek naar aanleiding van enkele berichten in de media in september. De commissie kreeg opdracht van de directie van CSU om de beschuldigingen te onderzoeken en daarover te rapporteren. De onafhankelijke commissie bestond uit Gerard Loof (voorzitter en ex-partner KPMG Accountants), Herman Haverkort (ex-directeur TBI Holdings en ex-voorzitter werkgeversvereniging VHG Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieningsbedrijven) en Kees Voormeulen (ex-directeur Roteb en oud-bestuurder Abva Kabo).
LeerpuntenDe CSU-directie is tevreden met de uitkomsten van het uitgebreide feitenonderzoek. De conclusies komen grotendeels overeen met de eerste eigen bevindingen van CSU direct na de publicaties. Directievoorzitter Frie van Hulten: ´Het was goed om dit traject te doen, met leerpunten voor de toekomst inzake procedures, communicatie en controle. Zo hebben we de controles op inleen- en uitzendorganisaties verder aangescherpt. We willen een goed werkgever zijn voor al onze mensen en daar hoort een correcte toepassing van de CAO en een prettige werksfeer bij. Met alerter reageren op signalen van onze medewerkers op dit project en FNV had de negatieve publiciteit voorkomen kunnen worden. Dat heeft tot onterechte imagoschade geleid als je nu kijkt naar de omvang en de inhoud van de geconstateerde feiten.´

Geen uitbuitingDe commissie concludeert dat de medewerkers via een buitenlandse onderaannemer Polaris abusievelijk niet conform CAO zijn beloond. CSU heeft daar onvoldoende op gecontroleerd. Wat medewerkers te kort zijn gekomen, zal volledig worden gecorrigeerd. De eerste betalingen daartoe hebben, overigens ten laste van Polaris, reeds plaatsgevonden. De beschuldiging dat CSU via onderbetaling en uitbuiting van arbeidskrachten een te laag aangenomen contract alsnog winstgevend zou willen maken, is volgens de commissie onzin en volledig onterecht. CSU en Polaris hebben een inmiddels sluitende overeenkomst gesloten waarbij CSU erop toeziet dat Polaris haar medewerkers voor zover die voor CSU werkzaam zijn, ook naar Nederlandse CAO-normen uitbetaalt. Uit verklaringen die zijn afgegeven door toezichthouders op wet- en regelgeving in Duitsland, leidt de commissie overigens af dat Polaris een fatsoenlijk bedrijf is.
Veilig
De commissie stelt dat het vooral ontevredenheid was over de werksfeer, en met name tijdens de nachtdienst in Heerlen, die uitweg heeft gevonden via klachten over werkdruk en veiligheid. Daarbij is volgens de commissie van de vermeende hoge werkdruk geen sprake. Hoewel de commissie geen werkdruk constateerde, zal CSU een werkdrukmeting in Heerlen inzetten conform de aanbeveling uit het onderzoek. Met betrekking tot onveiligheid beweerde personeelsleden dat veiligheidstoetsen voor Nedtrain door leidinggevenden ingevuld werden. De commissie heeft dit niet door controle kunnen vaststellen. De directie van CSU hamert op een goede veiligheid en heeft ook de procedure inzake de veiligheidstesten voor Nedtrain aangepast en beter sluitend gemaakt. Afgaande op alle feiten is het volgens de commissie niet zo dat CSU met de veiligheid een loopje heeft genomen.

Certificaat ‘Great place to Work’ terechtCSU heeft volgens de commissie terecht en op basis van in volledige openheid gemaakte afspraken met ‘Great place to Work’ het certificaat beste werkgeverschap gekregen en gebruikt. Mede door het mislukken van eerdere pogingen binnen het GPTW onderzoek om voldoende respons onder de uitvoerenden te genereren, heeft CSU in overleg met Great Place to Work deze groep niet meer in het onderzoek betrokken.

Deze werkwijze vond plaats in alle openheid en met medeweten van Great Place to Work. De commissie concludeert dat wel getracht is de respons te verhogen, maar van aanzetten door CSU tot positief invullen van enquêtes is absoluut geen sprake. Deze beschuldigingen werden ook door Great Place to Work zelf al eerder in een persbericht van 13 september ontkend. Om de kwaliteit van de steekproef te vergroten, zal CSU de meting dit jaar opnieuw ook onder het direct personeel uit laten voeren.

CSU betreurt de onterechte negatieve publiciteit, maar neemt de leerpunten ter harte. Naast de aangepaste procedures heeft CSU stappen gezet om het structureel overleg met vakbonden te verbeteren. Inmiddels zijn door CSU ook in een breder verband positieve gesprekken gevoerd met FNV. CSU vertrouwt erop dat daarmee verder wordt bijgedragen aan goed werkgeverschap.

Klik hier voor de volledige tekst van het rapport (pdf)